Fout
  • Fout bij het laden van feeddata

De Burger Abdij

Het grote pluspunt van de vroegere abdijen was dat er voor iedere intreder werk aanwezig was in de Zelfvoorzienings- Ruil- en Voorraad-Economie, waar elke Abdij deel van uit maakte.


En indien nodig kon er werk bijgemaakt worden, want de Multifunctionele Zelfvoorzieningsproductie
had een overvloed aan praktisch werk.
Een Abdij deed alle agrarische productie zelf. Landbouw, tuinbouw, grote en kleine veeteelt.
Er waren boomgaarden van alle mogelijke fruitsoorten en moestuinen. Verder was er een kruidentuin en een visvijver waar vis werd gekweekt.
Wat de werkplaatsen betreft, daar waren  in de grotere abdijen:
- een smederij
- een zagerij, perserij en maalderij, meestal een wind- of watermolen.
- een timmermanswerkplaats annex schrijnwerkerij
- een wagenmakerij
- een weverij
- een wasserij
- een kaasmakerij
- een bierbrouwerij
- een slagerij, waar ook ham werd gerookt en worst gemaakt
- een bakkerij, ook voor hosties
- een inmakerij, waar groenten en fruit werden ingemaakt

Elke Abdij had een administratie, een Archief met een Archivaris, een Bilbliotheek met aan het hoofd een Bibliothecaris. .

Om een Abdij binnen te komen moest je eerst voorbij de Poortwachter.
Daarna kwam je in aanraking met de
- gastenpater of – broeder, die je je kamer wees.
- de persoon die voor de kleding zorgde, de vestiarius.
- de cellarius of keldermeester. Hij beheerde de voedselvoorraad en coördineerde het werk in de 
   gezamenlijke keuken.
- als je ziek werd, kwam de ziekenverzorger, of infirmarius.
- deze stuurde je als dat nodig was naar de dokter, of medicus.
- indien nodig schreef jij middeltjes voor, zalfjes, poedertjes, drankjes. Die werden gemaakt door de
- apothecarius vanuit de opbrengst van de kruidentuin.

Onze apotheken zijn in de Abdijen ontstaan.

Een Abdij is een echte Organisatie, en die wordt dus bestuurd.
Aan het hoofd staat een Abt, of een Abdis, want er zijn ook nog altijd vrouwenabdijen.
Diens plaatsvervanger is de Prior, en diens plaatsvervanger de Sub-prior.
Dit driemanschap of drievrouwschap  bestuurt de Abdij.
Daarnaast zijn er een groot aantal religieuze functies, die blijven hier buiten beschouwing, want het gaat hier over het economische systeem.

De belangrijkste functie onder de Abt is de Pater-Econoom.
Onder hem vallen alle werkplaatsen. Hij  coördineert de hele economische productie.

Ook tal van zaken waarvoor je nu naar een middenstander moet, deden de paters etc zelf.
Haar knippen, voetverzorging, schoonmaken en allerlei reparaties verrichten.  Voor 1800 deed men ook alle bouw-en verbouwwerk zelf.
Men bakte zelf baksteen en dakpannen, maakte zelf balken, kozijnen, deuren, vloerplanken etc.
En uiteraard maakte men ook zelf de mortel.
Inderdaad, monnikenwerk.

Door dit alles was er zeer veel nuttig werk in eigen regie.  Werk dat duurzaam was en niet verloren kon gaan door inwerki ng  van de geld- en schulden-economie buiten.

Voor 1800 , toen de Franse revolutie een einde maakte aan honderden Abdijen over heel Europa,
was gemiddeld wel 20% van de inwoners van Europa ondergebracht en werkzaam in Abdijen en soortgelijke structuren In sommige streken wel 25% of meer.

Normaal kunnen Abdijen niet failliet gaan, omdat ze geen schulden mogen hebben of maken. 
Er kunnen dus nooit schuldeisers komen.
Het hele grondgebied  met alles wat erop staat aan gebouwen  en werkplaatsen, met de dienstengebouwen etc. is ondeelbaar gemeenschappelijk eigendom, dat niet mag worden verkocht of weggegeven, noch verhypothekeerd.  Daardoor kan het altijd blijven bestaan.

Vanwege de religieuze opzet is het een commune, zonder persoonlijk eigendom. Maar wel met altijddurend gebruiksrecht.

Maar omdat het communemodel uit de tijd is, raakt de religieuze opzet ook uit de tijd. Of omgekeerd. Maar de economische onderbouw niet.

Daarom heb ik het model gemoderniseerd. De religieuzen vervangen door werkloze burgers, mannen, vrouwen , al of niet met partner.
En ieder krijgt een eigen gratis woonruimte met de eigen privé-inboedel.
Maar al het andere blijft ondeelbaar gemeenschappelijk eigendom, met beloning in natura en gratis gebruiksrecht.
In het systeem gaat geen geld om. Heel handig voor de vele mensen die niet  goed met geld kunnen omgaan.

Elke Abdij was onderverdeeld in 3 delen:
- een woondeel, met ook de kerk .
- een nijverheidsdeel, met de werkplaatsen
- een  openbaar deel , met o.a. de Abdijwinkel.
Deze indeling blijft gehandhaafd.

In de Abdijwinkel gaat uiteraard wel geld om. De opbrengst van de Abdijwinkel gaat, net als andere opbrengsten, in de gezamenlijke pot.

Elke Abdij is van oudsher een vrijwilligers-systeem, waarin men met elkaar samenwerkt in een soort Coöperatie.  Een Abdij kan een Stichting zijn, een Vereniging of een combinatie van beide.

Ik noem de moderne opzet dus Burger-Abdij. Dit geeft al aan wat de organisatie-opzet is.
Ik ben bezig met een website. Die is nog niet klaar.
De naam daarvan is : Werk-Scheppings-Cooperatie.
De combinatie Werk-Scheppings-Coöperatie –Burger-Abdij is de hele naam, afgekort WSC-BA.

In de geld- en schulden-economie gaat steeds meer werk verloren.
Maar in de Zelfvoorzienings Ruil en Voorraad Economie ZRVE volgens model WSC-BA kan voor ontelbare werklozen weer werk worden
 geschapen.  Werk in allerlei aard en soort.

Martin.